Daar lag hij dan. De man met het roodwitgeruite hemd, of was het toch eerder effen bordeaux?
Hij lag vredig te slapen op de bank. Af en toe verlegde hij zichzelf eens van zij, want een bank is nu eenmaal niet echt comfortabel.
Ik bekeek hem vanachter het gordijn. Onder de dekens en op een zachte matras, lag ik lekker warm. Ik voelde me best egoïstisch als ik hem daar zo zag liggen, zo eenzaam en alleen. Ik wou hem nog binnenroepen en hem wat te eten en een slaapplaats aanbieden, maar wie doet dat nog dezer dagen? Juist, niemand. Ik zou gewoonweg even idioot lijken als iemand die een mier een stokje helpt dragen.
Wat wist ik trouwens over hem? Hij had de liefste man ter wereld kunnen zijn, maar wel geboren voor het ongeluk. Hij had eenmaal in zijn leven pech kunnen hebben gehad, en daar nu nog steeds de gevolgen van dragen. Hij kon Jantje van de buren zijn. Evengoed kon hij een misdadiger zijn die gezocht werd door de politie en even uitblies van de achtervolging.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten